Inclusieve taal door de jaren heen

  • April 2026

In de beginjaren van ons tekstbureau hoorden we het woord ‘inclusiviteit’ zelden. Clichés als ‘dokter en zuster’ of ‘gezocht: jonge teamplayer’ waren 25 jaar geleden heel gebruikelijk. Dat kunnen we ons nu nauwelijks voorstellen. Als tekstschrijvers kijken we nadrukkelijker dan ooit wie zich aangesproken voelt of juist onbedoeld afhaakt. Inclusieve taal betekent voor ons vooral dat teksten preciezer worden met bewustere keuzes.

Kleine woorden, groot effect

In vacatureteksten is die verandering het meest zichtbaar. Waar het vroeger vooral ging om functie-eisen en een aantrekkelijke toon, kijken we nu breder. Neem de zin: ‘Wij zoeken een jonge, gedreven teamplayer die geen 9-tot-5-mentaliteit heeft.’ Vroeger viel niemand iets op. Nu weten we: ‘jong’ zegt niets over talent (en mag wettelijk niet eens meer!) en ‘geen 9-tot-5-mentaliteit’ klinkt alsof iemand altijd maar beschikbaar moet zijn, terwijl steeds meer mensen bewuste keuzes maken in de momenten dat ze werken en bereikbaar willen zijn. Een ander voorbeeld: een van onze klanten wilde graag een ‘vrouwelijke touch’ in de functieomschrijving laten opnemen. Wat bleek na even doorvragen? Deze klant zocht geen vrouw, maar iemand die goed kon verbinden en communiceren. Dat schreven we dus ook zo op om niemand uit te sluiten.

Passende voorbeelden

De toegenomen aandacht voor inclusiviteit beperkt zich natuurlijk niet tot vacatures. Ook in webteksten, jaarverslagen, campagnes, magazines, beleidsstukken en klantcommunicatie speelt inclusiviteit een steeds grotere rol. Denk aan:

  • Aanspreekvormen: spreken we iedereen aan met ‘je’ of is ‘u’ passender? En kiezen we voor genderneutrale vormen zoals ‘beste lezer’?
  • Verwijzingen: wie laten we terugkomen in voorbeelden en casussen? Zien we verschillende achtergronden of steeds hetzelfde type persoon?
  • Metaforen: zijn beeldspraken cultureel herkenbaar voor een brede doelgroep of vragen ze voorkennis?
  • Bronnen en voorbeelden: laten we een divers beeld zien of versterken we onbewust stereotypen, zoals mannen in technische functies?
  • Toegankelijkheid: zijn teksten begrijpelijk geschreven voor de doelgroep, met heldere taal en zonder jargon?


We merken dat ook onze opdrachtgevers zich hier steeds bewuster van zijn, maar ook zoeken naar oplossingen. Wat past in deze tijd? Wat voelt geforceerd voor een organisatie? En waar ligt de grens tussen inclusief en omslachtig? 

Tekstschrijvers denken graag mee

Als tekstbureau werken we altijd in opdracht van onze klanten. We zijn daarbij uitvoerders, maar zeker óók adviseurs. Als een opdrachtgever bijvoorbeeld wil benadrukken dat er een ‘jonge vibe heerst’, dan vragen wij door. Wat bedoel je daar precies mee? Werken er enkel jonge mensen? Gaat het om de energie, de nieuwsgierigheid of de flexibiliteit? Of staat er een pingpongtafel in de ruimte? Die gesprekken leveren vaak betere teksten op. Teksten die scherper zijn, eerlijker ook. Inclusief schrijven is zelden iets ‘extra’s’. Alles draait om preciezer formuleren.

Fingerspitzengefühl

Veel teksten op internet zijn niet geschreven met inclusiviteit in het achterhoofd. Dat is een van de redenen dat wij mensen adviseren om voorzichtig te zijn met de inzet van generatieve AI. Algoritmes leren immers van bestaande teksten en die staan vaak boordevol vooroordelen en stereotypes. Die komen zo onbedoeld ook terecht in de teksten die AI genereert. Wij vertrouwen daarom liever op onze eigen antenne: bij welke woorden voelt de doelgroep zich aangesproken en welke woorden gebruiken we juist liever niet? Voor zulke finesses is het fingerspitzengefühl van een ervaren tekstschrijver nog steeds onmisbaar; inclusieve teksten vragen om een menselijke touch.