Superrelatief!

  • oktober 2019

We leven in tijden van uitersten. Dat merk je ook aan het taalgebruik, met als modewoordjes 'super' en 'relatief'. Niets is meer goed, leuk of aardig, voor minder dan superleuk doen we het niet. Daar staat tegenover dat alles nu relatief is: relatief arm, relatief warm, relatief weeralarm. Opvallend dat we met z’n allen ineens zo graag relativeren en sublimeren, twee tegenpolen.

Uiteraard is 'relatief' een Nederlands woord, alleen wordt het vaak als anglicisme gebruikt. Een anglicisme is een letterlijke vertaling uit het Engels, net zoals een germanisme een letterlijke vertaling uit het Duits is, en een gallicisme uit het Frans. Niet te verwarren met leenwoorden, woorden die we onvertaald importeren. Neem computer, überhaupt en cadeau.

Anglicismen duiken steeds vaker op door de dominantie van Engels in de media. Dan stuit je op kromme zinnen als ‘grote schoenen om te vullen’. Elk woord daarvan is Nederlands, maar de combinatie heeft niets met Nederlands te maken. Big shoes to fill is keurig Engels en betekent zoiets als: moeilijk om in andermans voetsporen te treden. Volledig ingeburgerd onder jongeren is het antwoord op de vraag of ze nog wat willen drinken: ‘Nee, ik ben oké.’ Dat was de vraag niet, maar fijn om te weten dat er met jou niets mis is.

Taal is aan verandering onderhevig, maar bij voorkeur door creativiteit en niet door de uitverkoop aan een andere taal. Niet voor niets luidt de verzamelnaam van al die letterlijke vertalingen 'barbarisme': alsof de barbaren het land binnenvallen. Het is taalverloedering, lelijk en niet eens relatief lelijk, relatively ugly.

Dat brengt ons bij het volgende nadeel van dit woord: 'relatief lelijk' is niet preciezer geformuleerd dan gewoon lelijk, integendeel. Het is verhullend taalgebruik, net als tamelijk, eigenlijk, enigszins, nogal, misschien, enzovoort. Niet doen, tenzij je politicus bent. Het heet verhullend taalgebruik omdat de lezer of toehoorder de indruk krijgt dat je iets te verbergen hebt. Onnodig te zeggen dat het funest is voor de boodschap als de afzender onbetrouwbaar lijkt.

Lijkt: nog zo eentje. Lees de kranten er eens op na om te zien hoe vaak journalisten zich daarachter verschuilen. Probleem is dat ze de feiten niet op orde hebben en er maar wat op los speculeren. ‘Het kabinet lijkt in de problemen.’ De ergste in dit genre: het lijkt zeker. Lijkt zeker: ís het nu zeker of kletst de journalist maar wat? En zelfs dat staat elke dag in de krant.

'Super' is allesbehalve relatief, maar heeft zich eveneens ontpopt tot een hardnekkig stopwoordje. Breng ik een collega koffie, bedankt hij me met ‘super’. Daar is niets supers aan, het is niet meer dan vriendelijkheid die het leven veraangenaamt. De volgende keer haalt hij koffie voor mij en zeg ik gewoon ‘dank je’. Ik hoop niet dat hij dat onsuper vindt.

Laten we super voor de pompbediende bewaren en relatief voor het geval iets relatief is in verhouding tot, als tegendeel van absoluut. Bijvoorbeeld de relatieve groei van de ene bevolkingsgroep ten opzichte van de andere. Voor de rest is alles in het leven relatief, maar daar hoeven we elkaar niet de hele dag aan te herinneren.