Positief formuleren: zó doe je dat!

  • april 2015

Verboden, moeten, niet, geen: de hele dag door komen we woorden tegen met een negatieve klank. Veel mensen zijn er zo aan gewend dat ze hier bij het schrijven amper nog over nadenken. Terwijl je voor hetzelfde geld zo veel positiever over kunt komen.

Vergelijk de volgende twee zinnen eens:

1. Wegens vakantie gesloten tot 2 november.
2. Wij zijn op vakantie. Vanaf 2 november staan we weer voor u klaar.

In beide gevallen gaat het bedrijf op 2 november weer open, maar zin 2 geeft de lezer een veel positiever gevoel. In het volgende setje zinnen gebeurt hetzelfde:

1. Product X reinigt niet alleen vloeren, maar ook muren en plafonds.
2. Product X reinigt vloeren, muren én plafonds.

Zo veel negatieve woorden in één zin. Brr! We kiezen natuurlijk weer voor zin 2. Oké, nu jij. Een klant is blij met je service en bedankt je hiervoor. Wat is je reactie?

1. Geen probleem!
2. Graag gedaan!

Ook hier twee keer een soortgelijke boodschap, maar een groot verschil in toon. Met de tweede zin kom je duidelijk positiever over. En zeg nou zelf: je bent toch het liefst in de buurt van positieve mensen? Bedenk dan dat het voor je (potentiële) klanten ook zo werkt!

Positiviteit

Een sector die de kracht van positiviteit in zijn DNA heeft zitten, is de zorg. In een positieve sfeer genezen patiënten ongetwijfeld beter en sneller. Een grote zorginstelling waar we regelmatig voor werken, heeft deze positiviteit zelfs opgenomen in haar schrijfwijzer. Dit document bevat naast de interne taalafspraken ook een paragraaf over positief taalgebruik. Hierin spreken zij een duidelijke voorkeur uit voor wat zij ‘vriendelijke woorden’ noemen.

Glimlach

Natuurlijk zien ook klanten in andere sectoren het liefst een glimlach. Of dat nu bij persoonlijk contact is of via de tekst van een website of brochure. En nu we het er toch over hebben: hoe positief zijn jouw teksten eigenlijk? Kunnen ze wel een duwtje in de goede richting gebruiken? Dat doen we graag voor je!