Gehoord … developers onder elkaar

  • december 2017

De tweede blog in de reeks ‘gehoord’, opvallende taalontdekkingen in een boeiende omgeving. Vorige keer was de kroeg aan de beurt. In deze aflevering: dingen die developers zeggen terwijl ze aan het werk zijn. Mijn kantoorgenoten zijn programmeurs, websitebouwers en applicatieontwikkelaars, in het Engels: developers. Ze hebben het vaak over ingewikkelde dingen, terwijl ze tegenover mij op hun laptops tikken om regels code te scripten, pullen en pushen. Vijf developergesprekken op een rij.

1. Lekker custom stylen

Een nieuwe website, een nieuwe opmaak. Twee developers zitten naast elkaar aan de puntjes op de i te werken. Allebei hebben ze de neiging om te verdwijnen in hun eigen code en niet direct te reageren op elkaars uitspraken.

‘Ik wil de geboortedatum rechttrekken met die ene profielopmaak, een backdrop zeg maar, die half transparant is. Dus ik ga even custom styling over die input boxes heen gooien.’

‘Waarom? Dat heb ik er gisteren allemaal uit gesloopt.’

‘Hè? Nu wordt-ie blauw, maar dat is dus oranje.’

‘Ho ho, dat gedeelte heb ik al overschreven.'

‘O ja, oké.’

2. Waar is ’s-Hertogenbosch?

Ze zijn bezig met een database voor een grote klant en zitten in een testfase.

‘Oké, 117534.’

‘117534?’

‘Ja, 117534.’

‘Waar is ’s-Hertogenbosch nu?’

‘Wacht even 122, 177, ja.’

‘Wat werkt er nou wel bij ons?’

‘Tot en met Barman.’

‘Hè, ik dacht net nog tot De Vries.’

3. Servers fingeren

Ze mompelen. ‘Mijn script loopt niet’, ‘Push even dan’, ‘Ik commit het, komt goed.’ Ze mompelen soms in zichzelf, soms tegen elkaar. Op een vrijdagmiddag (dom) vraag ik welke commando’s er allemaal bestaan. Het antwoord gaat ongeveer zo:

‘Ehm, ja best veel. Set, pull, push, commit, fetch, finger’. Gelach. Gelukkig volgt er een toelichting. ‘Vroeger, toen ik nog veel met Linux werkte’, legt een van de twee uit, ‘was er ook een commando dat echt ‘finger’ heette. Zat ik heel serieus te overleggen met andere developers en dan vroeg ik: wil jij die server even fingeren?’

4. Kermis

Gelukkig praten ze niet alleen maar in codetaal en hebben we ook ‘gewone’ kantoorconversaties. We hebben bijnamen voor elkaar bedacht. Dat soort dingen gebeurt als je veel tijd met elkaar op kantoor doorbrengt. De ene vindt zichzelf een ouwe rups. De ander is een klaagsjaak. De ouwe rups roept regelmatig iets, gewoon omdat-ie dat leuk vindt. Hij zingt bijvoorbeeld: ‘O, wat is het toch fijn, om een jeukende chakra te zijn.’ Of: ‘zwieren zwaaien lekker draaien, één ring om de fles en het is uitzoeken, uitzoeken, uitzoeken!’ Vaak start de klaagsjaak dan zijn app met kermisgeluiden om de sfeer te vergroten.

5. Goed advies

Op een willekeurige ochtend vindt werkoverleg plaats.

‘Ze kwam langs om te vragen of ze haar domeinnaam moest verhuizen.’

‘Heb je haar advies gegeven?’

‘Nou, ik heb gezegd dat als ze ergens tegenaan loopt, dat ze dan …’

‘… de deur open moet doen.'