Gehoord … in de kroeg

  • september 2017

Opvallende taalontdekkingen doe je niet alleen op kantoor, of als je je ergert. Die doe je ook als je klust, de was sorteert of een drankje doet in de kroeg. Als tekstschrijver houd ik van orde en van taal. Vandaar dat ik besloten heb om een serie blogs over taal te schrijven. Dit is de eerste van een hopelijk lange reeks in de categorie ‘gehoord’.

Een echte kroeg

Een tijdje geleden zat ik met mijn zus in een café. We waren in een echte kroeg. Zo eentje met stamgasten en spelletjes op de bar. Met vissen onder een dartbord en bij de ingang een gordijn tegen de kou. De barman schenkt lekkere wijn, omdat hij snapt dat wijnliefhebbers ook mensen zijn, maar tapt net zo graag een biertje. Dat doet de barman al een tijdje voor twee middelbare mannen die verderop aan de bar zitten.

Complimentje

“Eigenlijk heb je best een goede kop en een leuke uitstraling. Tot je gaat praten”, zegt de ene middelbare man, bebrild, tegen de andere middelbare man. De bebrilde meneer is te zwaar, praat luid en heeft een uitstekende onderkaak (“Hij lijkt op een lantaarnvis, Car”, fluistert mijn zus). De andere middelbare man, licht kalend, ontvangt het ‘compliment’ knikkend, terwijl hij zwijgend en vol zelfmedelijden aan zijn glas nipt. 

Egoïstisch en egocentrisch

“Kijk. Het zit zo”, gaat de bebrilde man verder, “ik ben egoïstisch en jij bent egocentrisch. Ik praat makkelijk met mensen en ik geef niet om ze. En jij praat niet met ze, maar jij geeft altijd zo veel om ze.” Dat zijn nog eens teksten. Hij legt zijn stelling uit. “Ik kijk naar mensen en geef ze een knipoog. Ik vind het gewoon leuk om te kijken naar mensen op die manier. Zonder verwachtingen, weet je.” Dat is nog eens handelen uit eigenbelang, het toppunt van egoïsme: knipogen naar mensen zonder verwachtingen. Tegelijkertijd is het best egocentrisch als je niet met mensen praat, maar wél veel om ze geeft. Dan is het evident dat je over een verminderd vermogen beschikt om je in een ander te verplaatsen. 

Zinnen op een bierviltje

Mooi hè? Deze twee middelbare mannen aan de bar. Met iets te veel fluitjes op en een glazige blik in een filosofisch gesprek verwikkeld waar geen touw aan vast te knopen is. Ze snappen elkaar, geven elkaar af en toe een klopje op de schouder en drinken uit hun glas terwijl hun tong er een beetje te lang in hangt. Ondertussen doen mijn zus en ik ons best om onopvallend te horen hoe het gesprek zich ontwikkelt, terwijl ik op een bierviltje meeschrijf en mijn zus giechelend herhaalt wat ze zeggen. “Sommige dingen moet je gewoon leren”, besluit de bebrilde meneer. “Zelfs als je ouder bent. Maar soms ben je gewoon beperkt, zoals Mieke.” “Ja, Mieke!” schreeuwt de ander nu bijna. Dan is het gesprek klaar. Ze staan op en wankelen naar buiten. Jammer.